Volgens de Kruispuntbank van Ondernemingen zit aannemer DCA Infra sinds 7 april 2026 in “opschorting (gerechtelijke reorganisatie)”. Dat is een alarmsignaal voor de lopende heraanleg van het centrum van Halen. Vlaams Belang hekelt dat het stadsbestuur hierover nog altijd niets heeft gecommuniceerd aan bewoners en handelaars. “Er gaan veel geruchten rond over de impact van de gerechtelijke reorganisatie op de vooropgestelde timing”, zegt fractieleider voor het Vlaams Belang in Halen, Michiel Awouters. “Tot op heden heeft het gemeentebestuur echter nog geen enkele officiële communicatie de wereld ingestuurd.”
In de KBO staat bij DCA Infra (ondernemingsnummer 0736.707.674) dat de onderneming in gerechtelijke reorganisatie zit. Zo’n procedure gaat vaak vooraf aan een faillissement. Dat kan grote gevolgen hebben voor een werf van deze omvang: vertragingen, extra kosten, onzekerheid over onderaannemers en een langere periode van hinder. “Het is goed mogelijk dat het stadsbestuur zelf nog niet weet wat de exacte impact zal zijn”, gaat Awouters verder. “Maar communiceren over het feit dat één van de aannemers in een gerechtelijke reorganisatie zit en een stand van zaken weergeven, kan al veel onduidelijkheid de wereld uit helpen. De Halenaars hebben recht op die info.”
“Buurtbewoners en handelaars hebben recht op duidelijkheid”
“Als een aannemer van zo een groot lokaal project in gerechtelijke reorganisatie zit, dan moet het stadsbestuur meteen uitleg geven,” gaat Awouters verder. “Nu blijft het oorverdovend stil. Intussen zitten buurtbewoners en handelaars wel met de hinder, de omleidingen en de onveiligheid. Zonder perspectief wanneer de werken opnieuw kunnen aanvatten. Dit kan tot gevolg hebben dat de werken ettelijke maanden vertraging oplopen. Vervolgens kan dit op zijn beurt een impact hebben op de vooropgestelde planning van de andere (onder)aannemers, waardoor de timing nog verder opschuift.”
Vlaams Belang vraagt dat het college onmiddellijk communiceert over de situatie en een plan voorlegt: wat is de impact op de planning, welke waarborgen zijn er, en wat gebeurt er als de aannemer effectief failliet zou gaan? Ook moet er duidelijkheid komen over mogelijke meerkosten en over hoe men de hinder voor bewoners, scholen en lokale handel beperkt.